Historische Vereniging Voorburg

Een echt complot in Voorburg!

Tegenwoordig is het woord complot alom aanwezig. Complot-’denkers’ beweren bijvoorbeeld dat de presidentsverkiezingen in de Verenigde Staten gestolen zouden zijn,  en dat Bill Gates micro-chips in de Covid-vaccins zou hebben gestopt (voorwaar, een Nobelprijs waardige technische prestatie) of dat pedofielen niet alleen ons land  de hele wereld willen regeren. Qua creativiteit is er met deze complot- ’denkers’ niets mis, maar voor de rest zijn ze geen verrijking van de samenleving.

1946 oktoberOok in 1946 was er in Voorburg, blijkens bijgaand artikel, tenminste ook één echt complot, maar gelukkig wel op wat bescheidener schaal: namelijk een complot van fietsendieven. Alhoewel bescheiden…. Een fietsendief met wel 7 voornamen, waarvan Otto er waarschijnlijk ook één is, dat kom je tegenwoordig niet vaak meer tegen. Daarbij ging deze dief zeer geraffineerd te werk, en slaagde hij, met anderen in het complot, erin om tenminste 5 motorfietsen en 2 fietsen te stelen. Dankzij langdurige naspeuringen (langdurig, dat klinkt bij politiezaken weer heel bekend in de oren) slaagde de politie erin om Otto en zijn handlangers te arresteren. Tegenwoordig duurt een politieonderzoek nog steeds lang, maar lijkt de kans op het pakken van de boef toch geringer. Ook lijkt er tegenwoordig ook minder vaak schuld bekend te worden door de daders, die zich niet zelden in stilzwijgen hullen. Maar hulde voor de Hermandad om het complot van Otto en zijn handlangers te ontmaskeren.

 

Bron: De Nieuwe Nederlander, 10-10-1946

Dr Nooteboom over Dr. Hirschfeld’s principiële fout

Een paar afleveringen terug in deze serie kwam de benoeming van dr. Noteboom als burgemeester van Voorburg aan bod, in juli 1946. In dat verhaal werd beschreven dat de heer Noteboom voor en na dit burgemeesterschap een breed scala aan functies had vervuld. Daarbij werd ook aangegeven dat hij al in oktober 1940 in Buchenwald terecht gekomen was, tot in 1941. Dat was ongeveer dezelfde periode als Willem Drees, vooraanstaand lid van de SDAP. Waarschijnlijk zullen ze elkaar daar gesproken hebben, zo ze al niet voor de oorlog contact hadden gehad. Vanaf eind 1941 was de heer Noteboom geïnterneerd in Noord-Brabant. Na de bevrijding van Zuidelijk Nederland, in september 1944 had hij een rol als militair commissaris in Noord-Brabant. Toen Nederland in mei 1945 helemaal bevrijd was, volgde hij Hendrik van Boeijen op als voorzitter van het Centraal Orgaan voor de Zuivering van Overheidspersoneel. (Terzijde , Hendrik van Boeijen was van 1941 tot begin 1945 in Londen. minister van Binnenlandse Zaken in het oorlogskabinet Gerbrandy II. Eerder was van Boeijen wethouder geweest in Voorburg).

1946 septemberOf het nu zijn positie als voorzitter van het Centraal Orgaan is geweest, zijn rol als militair commissaris, of zijn bekendheid met Drees, hij lichtte (lid van de ARP) in september 1946 het standpunt toe van de heren Mansholt en Vos (beiden SDAP), namelijk dat Dr. Hirschfeld ondanks zijn vele verdiensten nog slechts als adviseur van de regering zou kunnen optreden. Hij kwam niet meer in aanmerking voor een terugkeer als Secretaris-Generaal van het Ministerie van Economische Zaken. De heer Hirschfeld had hiertegen beroep aangetekend bij de Raad van State. De heer Noteboom beschreef de verdiensten van de heer Hirschfeld, met name in de eerste maanden van 1945. Het bezette gebied zuchtte onder de hongerwinter. Mede dankzij Hirschfeld ontstonden contacten tussen het verzet, de Nederlandse regering in ballingschap en Seiss-Inquart. Mede door die contacten en de daaruit voortvloeiende voedseldroppings werd het leven van veel mensen gered.

Maar, en dat was een belangrijke maar, Hirschfeld, aldus Noteboom, was dat Hirschfeld tijdens de oorlog het belang van Nederland vooral meende te dienen door telkens terdege rekening te houden met de wensen van de Duitse bezetter. Daarbij distantieerde hij zich van het verzet. In het verlenen van medewerking aan de bezetter ging de heer Hirschfeld, aldus de heer Noteboom, verder dan hij voor een Nederlandse ambtenaar toelaatbaar achtte. Hij adviseerde dan ook dat het beroep van de heer Hirschfeld zou worden afgewezen. De Raad van State besliste dat het beroep aangenomen werd, en legde het besluit voor ontslag voor bij de Kroon. Het in juli 1946 aangetreden kabinet Beel vernietigde het eerdere besluit. Daarop besloot Hirschfeld niet terug te keren naar het Ministerie van Economische Zaken. Binnen een paar dagen stelde de regering hem vervolgens aan als Regeringscommissaris in algemene dienst, in welke hoedanigheid hij betrokken was bij de dekolonisatie van Indonesië en de naoorlogse politiek van Nederland ten aanzien van Duitsland.

Er is nadien veel te doen geweest over de rol van de heer Hirschfeld en de wijze waarop over hem na de oorlog geoordeeld is. Waar de heer Noteboom vooral de in zijn ogen principiële afwijzende houding ten aanzien van het verzet hekelde, daar namen anderen het juist voor Hirschfeld op als kundig ambtenaar, met een brede blik en een veelheid aan contacten. Deze laatste opvatting is uiteindelijk doorslaggevend geweest.

Slagerij gesloten

Vroeger was alles beter, hoe vaak hoor je dat niet. In dit artikel echter staat een praktijk, waarvan ik denk dat de meeste mensen blij zijn dat deze in die vorm niet meer bestaat.

Waarschijnlijk ontstaan in de tijd van de gildes, waren in de detailhandel vaak afspraken gemaakt om oneerlijke vormen van concurrentie zo goed mogelijk tegen te gaan. Daarbij kwam een houding van de rijksoverheid dat dergelijke onderlinge afspraken natuurlijk niet mochten, maar wel getolereerd werden. Die afspraken betroffen marktafspraken, prijsafspraken maar ook richtlijnen omtrent winkeltijden en vakanties. O wee als je als producent of winkelier hiervan afweek. Je werd direct bestraft doordat je niet meer beleverd werd of kon rekenen op onderlinge hulp.

Hier is een mooi voorbeeld van zo’n afspraak. Vakantie slagers augustus 1946

De vakgroep Slagerij, afdeling ’s Gravenhage, had besloten dat alle slagers in Den Haag, Loosduinen, Rijswijk, Voorburg en Leidschendam, in een bepaalde week allemaal dicht zouden zijn. Of de klanten dat nu leuk vonden of niet, of sommige slagers best door hadden willen werken of hun vakantie liever in een andere week zagen gepland, jammer, maar zo hadden ze dat afgesproken. Het was wel aardig dat men het publiek attendeerde op het gevolg, namelijk dat men het hele rantsoen vlees in de week tot 10 augustus moest opnemen, en dat het geachte publiek in de week daarop gebruik kon maken van vlees in blik. Dat koelkasten nog een uiterst schaars goed waren, zal de slagers een worst zijn geweest…..

Nieuwe Burgem.

Installatie burgemeester juli 1946Onlangs werd bekend dat tamelijk onverwacht burgemeester Klaas Tigelaar per 1 september afscheid zal nemen als burgemeester van Leidschendam-Voorburg. Er is al een tijdelijk burgemeester gevonden, maar nu moet er een sollicitatieprocedure plaatsvinden voor een opvolger. Hoe die ook zal verlopen, de kans dat de installatie te zijner tijd op dezelfde manier zal verlopen als die voor de heer Noteboom in juli 1946 lijkt uiterst gering.

Foto installatie burgemeester juli 1946

Zoals uit de foto blijkt werd hij met alle egards ontvangen bij het viaduct Laan van Nieuw Oost Einde door de voorzitter van de Commissie van Ontvangst. Vervolgens was de officiële installatie in het gemeentehuis van Voorburg. Daar was een uitgebreid gezelschap aanwezig, niet alleen raadsleden maar ook genodigden. De locoburgemeester benutte zijn toespraak niet alleen om het eigen karakter van Voorburg te benadrukken, maar ook om zich, opnieuw, duidelijk uit te spreken tegen de ook toen weer oplaaiende annexatieplannen van Den Haag.

De heer Noteboom had al een politiek leven achter zich.  Nadat hij eerst particulier secretaris was geweest van de heer Idenburg, voormalig gouverneur-generaal in toen nog Nederlands-Indië, werkte hij vanaf 1921 voor de Dr. A. Kuyper Stichting (het wetenschappelijk bureau van de ARP). Vanaf 1931 was hij directeur van deze Stichting.  In 1939 kwam hij in de Provinciale Staten van Zuid-Holland. Noteboom werd in oktober 1940 door de Duitsers opgepakt, hij belandde als Indisch gijzelaar in het concentratiekamp Buchenwald. Vanaf eind 1941 was hij als gijzelaar geïnterneerd in Noord-Brabant. Kort na Dolle Dinsdag (5 september 1944) werd Zuid-Nederland bevrijd en kwam ook de heer Noteboom vrij. Hij kreeg een aanstelling als militair commissaris in Brabant. Van daaruit werd hij in 1946 burgemeester van Voorburg. Daarnaast was hij Hoogheemraad van Delfland. In 1958 ging hij met pensioen, maar dat belette hem niet om nadien nog tijdelijk burgemeester van Culemborg en Goes te zijn.

Burgemeester Noteboom volgde burgemeester Nederbragt op. Deze werd na de oorlog bekritiseerd om zijn te toegeeflijke houding jegens de bezetter. De in zijn naam doorgevoerde maar natuurlijk altijd door de Duitsers oplegde maatregelen aangaande de jodenvervolging, de Arbeitseinsatz en de volkshuisvesting, leidden na de bevrijding tot openlijke kritiek op zijn beleid. Er volgden geen maatregelen van hogerhand, maar wel werd hij weggepromoveerd naar een positie bij de juist gestarte VN. Hij eindigde zijn loopbaan als de eerste ambassadeur van Nederland in Israël.

Juni 1946 Opnieuw: vliegen

Net als de vorige maand, vertoeven we ook voor juni 1946 in luchtvaartsferen. Werd de vorige maand ingegaan op het enige vliegveld dat Voorburg gekend heeft, nu gaat het om Schiphol. Zoals uit bijgaand verslag [1] blijkt stapte op 15 juni 1946 mevrouw P.G. Beguin uit Voorburg, die met haar zoon Jan Erik de vakantie had doorgebracht in Zwitserland, uit het vliegtuig. Ze was daarmee de honderdduizendste passagier, sinds de heringebruikstelling van Schiphol voor de burgerluchtvaart sinds juli 1945. Dat duidt op een onstuimige groei, maar het verschil met de huidige tijd is enorm. Door de Coronapandemie kwam het vliegverkeer nagenoeg tot stilstand. Ging het in 2019 om 71 miljoen reizigers die via Schiphol vlogen, in 2020 daalde dat naar 20 miljoen. In 2021 lag het aantal tot en mei op bijna 4 miljoen. In dat perspectief is 100.000 reizigers gering.

juni 1946 Een heugelijke dag op Schiphol

In die jaren een vliegreis maken naar Zwitserland was voor maar weinig mensen weggelegd. Voor een retour moest in die periode 430 Zwitserse Franken betaald worden[2]. In die periode was het internationaal betalingsverkeer nog sterk gereguleerd. Tegelijk was er veel onzekerheid uit over de onderlinge koersverhoudingen. Pas in 1949 kwamen vaste wisselkoersen tot stand. In de 72 jaar nadien hebben zich vele verschuivingen voorgedaan, in inkomen, prijzen en wisselkoersen. Dat roept de vraag op hoeveel 430 Zwitserse Franken toen, nu in euro’s waard zouden zijn[3]. Uitgaande van de wisselkoersen in 1946 kwam dat in guldens voor dat jaar neer op 265 gulden. Op een gemiddeld jaarinkomen in Nederland in 1946 van ruwweg 2150 gulden, was dat een aanzienlijke uitgave. Het duidt op enige welstand bij mevrouw Beguin. Uitgedrukt in euro’s van nu, zou dat uitkomen op een ticketprijs van 1350 euro voor een retour. De feitelijke prijzen liggen een stuk lager, van 150 euro tot 650 euro. Tegelijk is het inkomen nu beduidend hoger. Kortom, vliegen is duidelijk veel goedkoper geworden.

De naam Beguin is in Voorburg niet onbekend. Dr. J.A.M. Beguin vestigde zich in 1872 als huisarts in Voorburg, in een pand aan de Zwartelaan. Naar hem is de dokter Beguinlaan vernoemd, in Damsigt.  Hij is meer dan 50 jaar huisarts geweest. Zijn zoon A.M.R. Beguin vestigde zich in 1921 als notaris in een voornaam pand in de Herenstraat in Voorburg, waarin zich nu Museum Swaenstein bevindt. Hij had overigens eerst voor priester gestudeerd, de mare gaat dat hij in de tuin aan de Zwartelaan vaak liep te brevieren. Pas later koos hij alsnog voor het notarisberoep. Niet duidelijk is wat de relatie van de eerdergenoemde mevrouw Beguin is tot deze familie.

[1] Nieuwe Overijsels Dagblad, Rooms Katholiek Dagblad voor Overijsel, 17 juni 1946, blz. 1 (Toen werd Overijsel nog met één s geschreven)

[2] Dienstregeling KLM voorjaar 1946

[3]  De volgende berekeningen zijn van het kaliber bierviltje.

Luchthaven Voorburg

De oogst aan relevante en op afstand beschikbare artikelen droogt vanwege de Corona-pandemie steeds verder op. Daarom dit keer een heel andere bijdrage, namelijk over het enige vliegveld dat op Voorburgs grondgebied gelegen heeft. Dat was tussen mei en december 1945. Toen in mei 1945 de Duitsers zich overgaven, de geallieerde legers in de daarop volgende dagen Den Haag binnentrokken en ook de voorlopige regering Schermerhorn aan het werk ging, werd er naarstig gezocht naar een plek in of dichtbij Den Haag, waar vliegtuigen konden landen en opstijgen. De vliegvelden Waalhaven, Ypenburg, Valkenburg en Ypenburg waren vooralsnog niet bruikbaar. Het oog viel op een terrein langs de Hoekwatersloot, naast de spoorlijn Den Haag-Gouda.

Auster voorburg
Daar lag toentertijd een sportveld, vooral gebruikt door (Haagse) scholen. Al direct vanaf 5 mei 1945 landen daar geallieerde toestellen, maar pas op 26 mei werd het terrein officieel als vliegveld aangemerkt, door de Town Major, de Geallieerde militaire vertegenwoordiger in het Haagse gemeentebestuur. Op het vliegveld werd een squadron Austers gevestigd. Een Auster was een klein vliegtuig, ontwikkeld bij het begin van de oorlog, en gebruikt voor onder andere artillerie-waarneming, evacuatie en licht transport. Na de oorlog ging het vooral om personenvervoer en postverkeer.

De turnzaal op het sportveld veranderde in een vliegtuigwerkplaats. Ook kwamen er magazijnen en kantoorruimte. Voor de vliegers kwamen er slaapbarakken, maar ook werd woonruimte georganiseerd in benedenwoningen aan de Koningin Wilhelminalaan. Aan de Van Alphenstaat 62 was de keuken met eetzaal voor de manschappen. Voorburgers met vliegervaring, vaak mensen die naar Engeland gevlucht waren, werden snel ingeschakeld. Voor alle Voorburgers zonder die ervaring, maar nieuwsgierig naar deze tak van transport, moet het natuurlijk ook zeer aanlokkelijk zijn geweest om naar dit vliegveld te komen. Dat sommige jongens uitgekozen werden om de vliegtuigen schoon te maken, zal zeker voor jaloersheid bij anderen gezorgd hebben.

Helaas verdween het vliegveld al weer heel snel, in december 1945. Toen kon men weer terecht op het grotere, beter geoutilleerde vliegveld Valkenburg. Aan een bijzondere, maar haast vergeten episode kwam toen een eind.

Deze beschrijving is gebaseerd op

Theo Buurman (2010), Vliegstrip Voorburg, zie https://geschiedenisvanzuidholland.nl/mijn-verhaal/vliegstrip-voorburg

W. Lutgert (2019), Austers in Voorburg, https://vlietnieuws.nl/2019/01/13/austers-in-voorburg/

Verkiezingen, april 1946

Lijstnummering Tweede Kamer 26 april 1946
Een paar weken terug, op 17 maart 2021, vonden in Nederland weer de gebruikelijke verkiezingen voor de Tweede Kamer plaats. De resultaten kent u. Wat opviel, afgezien wellicht van de uitslag, was het grote aantal partijen dat meedeed, 37 in totaal, de enorme stemformulieren om alle partijen en alle kandidaten een plek te geven, en ondanks Corona de hoge opkomst. Zeker het grote aantal partijen viel haast alle buitenlandse waarnemers op.

75 jaar geleden waren er in mei 1946 de eerste Tweede Kamer verkiezingen na de Tweede Wereldoorlog. Al een maand na de bevrijding, juni 1945, benoemde koningin Wilhelmina het zogenaamde ‘koninklijk’ kabinet Schermerhorn/Drees. Vanaf september 1945 trad er een noodparlement aan, bestaande uit die Kamerleden die op 10 mei 1940 al lid van de Tweede Kamer waren. Een aantal leden had ontslag genomen, sommigen waren overleden en er was geen plaats meer voor NSB-leden. In november 1945 werd het resterende aantal Tweede Kamerleden weer aangevuld tot 100, de zogenaamde Voorlopige Staten-Generaal. Daarbij werd enerzijds rekening gehouden met de politieke verhoudingen in mei 1940, maar de NSB-zetels werden nu ingenomen door oud-verzetsstrijders. Daartoe behoorden Wim de Kort (KVP), Jaap Burger (SDAP), Gerard Nederhorst (SDAP), Jan Smallenbroek (ARP), Jkvr. Wttewaall van Stoetwegen (CHU), Henk Korthals (LSP), Paul de Groot (CPN), Gerben Wagenaar (CPN) en Frans Goedhart  (partijloos).

Op 17 mei 1946 vonden de verkiezingen plaats. Een maand eerder, op maandag 29 april 1946, werd bekend gemaakt welke partijen aan die verkiezingen deel zouden nemen. Het ging om 10 partijen, ook toen al een beduidend aantal in vergelijking met andere landen. Van die partijen kwamen er slechts twee ook voor op het stembiljet in maart 2021, namelijk de Partij van de Arbeid en de Staatkundig Gereformeerde Partij. De PvdA die nieuw was in 1946, was voortgekomen uit de SDAP, VDB en CDU. De Katholieke Volkspartij (KVP), de Anti-Revolutionaire Partij (ARP) en de Christelijk-Historische Unie (CHU) zijn in 1979 opgegaan in het CDA. De Partij van de Vrijheid ging in 1948 op in de VVD. De Communistische Partij “De Waarheid” ging al snel Communistische Partij van Nederland (CPN) heten. In 1989 ging de CPN samen met de PPR, PSP en EVP op in Groenlinks. De verkiezingsuitslag in 1946 was verrassend, maar daarover een volgende keer meer.

Bombardement Bezuidenhout

 

Herdenking bombadement Bezuidenhout maart 1946

In de Tweede Wereldoorlog zijn twee oorlogsgebeurtenissen voor Voorburgers heel nabij en heel ingrijpend geweest. Allereerst waren dat de gevechten op en rond Ypenburg in de meidagen van 1940.  Om de luchthaven zelf maar ook om de bruggen over de Vliet is hard gevochten. Het monument aan de Meidoornlaan in Park Leeuwenbergh herinnert ons aan die strijd, en aan diegenen die daarbij hun leven lieten. Nog bekender wellicht is de naam van George Maduro, die bij diezelfde gevechten op heldhaftige wijze de Duitsers uit Villa Leeuwenbergh (nu Villa Dorrepaal) wist te verdrijven.

bombardement bezuidenhout gezien vanuit Voorburg

Bombardement op het Bezuidenhout gezien vanuit Voorburg (Gemeentearchief Den Haag, foto 1.10730, fotograaf D. Dijkstra)

Maar vandaag staat die andere gebeurtenis centraal, namelijk het bombardement op Bezuidenhout op 3 maart 1945. Ook al was dat in Den Haag, Voorburg heeft na dat bombardement belangrijke hulp geleverd. Duizenden mensen sloegen op de vlucht, en werden in Voorburg opgevangen. De Voorburgse brandweer hielp bij het blussen, tal van gewonden werden verzorgd in het ziekenhuis Antoniushove (toen aan het Oosteinde). Op 3 maart 1946, één jaar na het bombardement, vond een aangrijpende herdenking plaats. Duidelijk was geworden dat het bombardement niet Bezuidenhout als doelwit had gehad,  maar de mogelijke V2-lanceerinstallaties in het Haagse Bos. Door een menselijke fout en onvoldoende controle werden de coördinaten van het doel verwisseld, met ruim 500 doden als gevolg. Bij de herdenking spraken onder andere Minister Drees en burgemeester de Monchy. De voorzitter van de Vereniging ‘Bezuidenhout’s herstel’ sprak een speciaal woord van hartelijke dank uit jegens Voorburg en haar bewoners, voor de onbaatzuchtige hulp aan duizenden vluchtelingen.

Gedenkplaat bezuidenhoutbombardement gemeentehuis Voorburg