Historische Vereniging Voorburg

Vergadering kiesvereniging | Voorburg Juni 1922

In juni 1922 hield de afdeling Voorburg van de Vrijheidsbond, in de Tweede Kamer bekend als de Liberale Staatspartij, een openbare vergadering. De Vrijheidsbond was in 1921 ontstaan, voortgekomen uit een fusie van een  aantal liberale partijen, de Liberale Unie (opgericht in 1885, gematigd progressief), de Bond van Vrije Liberalen (opgericht in 1906,  sterk geporteerd voor economisch liberalisme) en enkele kleine liberale partijen. Zij kwam in 1921 in de Tweede Kamer, in 1922 ook in de Eerste Kamer.

 

Kiesvereniging juni 1922

 

Deze bijeenkomst in Voorburg was duidelijke gericht op de aanstaande Eerste Kamerverkiezingen, die plaatsvonden op 22 juni 1922. Die, tussentijdse, verkiezingen waren nodig vanwege de Grondwetsherziening van 1919, waarbij vrouwen actief kiesrecht kregen en waarbij de leden van de Eerste Kamer niet meer volgens het provinciale districtenstelsel werden verkozen. De partijen die samengingen in de Vrijheidsbond hadden een aanzienlijke afvaardiging in de Eerste Kamer, 11 zetels op een totaal van 50.  De Vrijheidsbond probeerde met openbare vergaderingen voldoende kiezers enthousiast te maken voor haar standpunten. Vandaar de aandacht voor het Parlement en hoe vrouwen, de nieuwe kiezers, zo goed mogelijk te bereiken. Helaas was het resultaat voor de Vrijheidsbond bedroevend. De verkiezingen leverde de partij slechts één zetel op.

Wellicht had dit slechte resultaat te maken met het ambigue partijprogramma. Waar men in economisch opzicht vooral conservatief was, daar was men op immateriële punten vaak veel progressiever, bijvoorbeeld bij de huwelijkswetgeving en de rechten van de vrouw. De Vrijheidsbond werd als een deftige, burgerlijke partij beschouwd. Een vooraanstaand lid was Benjamin Telders, die zich in de Tweede Wereldoorlog principieel verzette tegen Duitse maatregelen, het opnam voor Cleveringa na diens toespraak, en uiteindelijk in concentratiekamp Bergen-Belsen overleed.

Autoshow en race in Den Haag met Voorburgse deelnemers | Mei 1922

Vorig jaar september 2021 werd weer duidelijk wat een magische aantrekkingskracht snelle auto’s hebben op velen. Natuurlijk, Max Verstappen fungeerde als extra magneet, maar ook zonder Max had een GP op Zandvoort de aandacht getrokken. Ook in het verleden was er veel  belangstelling voor mooie en snelle auto’s. In april 1922 vond de Haagsche Autoshow plaats, met wel 3000 toeschouwers. Het programma was gemêleerd, naast presentaties van (toen) bekende automerken zoals Lancra’s, Delage’s, Horch’s en Hansa Lloyds, en van leuke, kleine auto’s als de Benjamin, was ook de KLM aanwezig en de Haagse verkeerspolitie. De show was beslist een succes en men zou wensen, zoals wethouder Fortuin, dat de Show voortaan jaarlijks zou worden georganiseerd.

auto 1 mei 1922 auto 2 mei 1922

 

 

Ook werden er wedstrijden georganiseerd, met ook hier veel belangstelling. Zelfs jonge ministerie-ambtenaren met linnen slobkousen werden in het publiek gesignaleerd. De coureurs waren overigens vooral uit de regio Den Haag afkomstig. Blijkbaar waren er ook deelnemers uit Voorburg, in de klasse D 4.5 tot 5.5 liter cilinderinhoud. Overigens trokken de motorraces nog meer deelnemers, maar daar had de journalist duidelijk minder mee. Kortom, voor de popularisering van de auto heeft de Autoshow in die jaren een nuttige rol gespeeld.

 

Jan Wils bestuurslid Bond Nederlandse Architecten | Voorburg april 1922

In Voorburg heeft een aantal bekende architecten gewoond, zoals Herman van der Kloot Meyburgh, Rein Fledderus en Jan Wils. Die verwijzing naar Voorburg is ook in bijgaand krantenknipsel te lezen, maar een Voorburgs adres voor Jan Wils is er niet in terug te vinden. Wel is bekend dat Jan Wils tot 1937 op de Westvlietweg 134 gewoond heeft, dat toen tot de gemeente Stompwijk behoorde. Gelet op de nabijheid van Voorburg is de verwijzing in het krantenartikel naar Voorburg niet onbegrijpelijk.

Jan wils april 1922

Jan Wils, geboren in 1891 en  overleden in 1972, was een vooraanstaand en productief architect. Hij werd het meest bekend als architect van het Olympisch Stadion in Amsterdam, gebouwd voor de Olympische Spelen van 1928. Wils heeft ook tal van projecten in Voorburg gerealiseerd, zoals woningen in de Sophiastraat en aan de Koningin Wilhelminalaan (voor de oorlog), woningen en winkels aan de Koningin Julianalaan (na de oorlog), maar ook het tennispark Leeuwenbergh, en als laatste project in zijn loopbaan verpleeghuis Prinsenhof in Leidschendam. Hij was ook voorzitter van de Voorburgse Kunstkring (opgeheven in 1939).

Buiten Voorburg heeft hij, na zijn start in Amsterdam, vooral woningen ontworpen in Den Haag en Rotterdam. Daarbij liet hij zich sterk leiden door de behoefte aan goede en betaalbare woningen. Deze socialistische oriëntatie had hij gemeen met Berlage, met wie hij ook samenwerkte bij tal van Haagse projecten. In de jaren ’10 en ’20 raakte hij ook onder invloed van de Amerikaanse architect Frank Lloyd Wright. Hij heeft tal van bedrijfspanden ontworpen, zoals de Citroengarage en het Citytheater in Amsterdam en het kantoorgebouw van de Centrale Onderlinge Bedrijfsvereniging voor Ziekteverzekering in Den Haag. Ook in Rotterdam was hij kort voor de Tweede Wereldoorlog actief. Hij maakte schetsen hoe het terrein van de oude Diergaarde, aan de noordkant van het Oude Westen, heringericht zou moeten worden. Door het bombardement op Rotterdam ontstonden nieuwe vragen, en op tal van plaatsen heeft hij bijdragen geleverd aan ontwerpen voor nieuwbouw, zoals aan de Schiedamse Vest en aan de Goudsesingel.

Wils had een brede interesse. Zo was hij (kort) betrokken bij De Stijl, bij de Nieuwe Haagse School, bij de Haagse Kunstkring. Hij gaf ook sportlessen, zat in tal van nationale en internationale besturen, en was in de jaren ’20 en ’30 zeer nauw betrokken bij de Vrijmetselarij. Hij had goede contacten met binnenhuisarchitecten in binnen- en buitenland. Kortom, een sociaal bewogen, zeer actieve architect, met een brede belangstelling. De in het artikel vermelde toetreding tot het bestuur van de B.N.A. kan als een logische stap in zijn ontwikkeling als architect beschouwd worden.

Een deftig Voorburgs huis | Voorburg 100 jaar geleden

Soms lees je wel eens een artikel over iemand waarvan zijn/haar huis nog in originele staat bewaard is gebleven. Dan gaat het bijvoorbeeld om een jaren ’50 huis, met Bruynzeel keukens, Eames stoelen, behang met bloemen, Perzische tapijten met veel kleuren, Philips radio’s (met radiozenders als Beromünster) en draadomroep, en niet te vergeten de Tomado boekenrekken, met zijn frisse kleuren.  

Voor eerdere periodes zijn er foto’s, maar ook zogenaamde poppenhuizen, die een (verkleind) beeld geven van de inrichting van woonhuizen in vroegere tijden. Zo heeft het Rijksmuseum drie van dergelijke poppenhuizen. Het bekendste is van Petronella Oortman, met een woninginrichting uit de 17e eeuw. Alles was op schaal nagemaakt, zo’n poppenhuis was even kostbaar als een echt grachtenpand. In het Haags Historisch Museum is ook een dergelijk poppenhuis te vinden. Dit exemplaar geeft de inrichting weer van een gegoede familie omstreeks 1910. Lita de Ranitz herstelde daarmee een eeuwenoude, kostbare traditie. Alles moest op schaal gemaakt worden. Het bijzondere aan dit huis waren de moderne voorzieningen, van elektrisch licht tot ligbad, van telefoon tot centrale verwarming. Als klap op de vuurpijl was mevrouw de Ranitz erin geslaagd om befaamde schilders als Toorop, Mauve en Jongkind ertoe te brengen om voor dit poppenhuis passende schilderijen te vervaardigen. Dit poppenhuis alleen al maakt een bezoek aan het Haags Historisch Museum de moeite waard.

Voor Voorburg moeten we het doen met bijgaande advertentie, waarin een complete woninginrichting ter veiling werd aangeboden. De buitenplaats, genaamd ‘Molenwijk’, bevond zich aan de Achterweg 10 (nu Parkweg 7), naast de molen van Baas, die in 1916 werd afgebroken. De buitenplaats was in het begin van de 20e eeuw in slechte staat. Het is dan ook geen verrassing dat deze gesloopt is, kort na 1916, en dat op die plaats architect van der Kloot Meijburg een nieuw door hemzelf ontworpen dubbel woonhuis met kantoor liet bouwen, een huis dat nu bekend staat als de Burcht.

De ‘zeer deftige inboedel’ van de oude buitenplaats wordt uitgebreid weergegeven in bijgaande advertentie. Alles lijkt aanwezig, voor woonkamer, hal, keuken, badkamer, slaapkamers, serre en tuin, met o.a. een Empire salon-ameublement, ‘bureau de ministre’, haarden, schilderijen en brandkasten (meervoud). Het zal aangenaam toeven zijn geweest in ‘Molenwijk’, maar voor het schoonhouden van al dat moois is vast ook aardig wat personeel nodig geweest.

 Zeer deftige inboedel

Echte Friezen gezocht!| Voorburg  februari 1922

In de jaren ’20 was het nog normaal om inwonende huishoudelijke hulp te hebben. Dienstbodes en tuinlieden waren gevraagd, en toen nog betaalbaar - althans voor de ‘betere standen’. Denk in dit verband aan de vele dienstbodes uit Duitsland en Oostenrijk, die in die jaren hun heil zochten in het relatief rijke Nederland.

1922 februari tuinman

In dit geval zocht een gezin een echtpaar zonder kinderen, die zowel binnen als buiten het huis actief zouden kunnen zijn. Er waren tal van aanvullende eisen, vaak bekende, zoals goed kunnende koken, vertrouwd met tuinierswerk en met het onderhoud van auto’s, maar ook vrij opvallende, zoals die ‘van Friese afkomst’. Wellicht kwam het gezin uit Friesland, wellicht hadden Friezen een betrouwbare reputatie, dat valt niet meer na te gaan. Evenmin of er uiteindelijk een dergelijk echtpaar gesolliciteerd heeft en aangenomen is. De adresaanduiding is beknopt, wel de naam van de villa, maar niet het huisnummer. De Voorburgse postbode werd kennelijk geacht alle huisnummers van ‘mensen op stand’ te weten.

Overigens blijkt uit een andere advertentie uit 1920 dat het om Oosteinde 70 ging. In die advertentie uit 1920 werd om ‘een beschaafd meisje’ gevraagd voor een zeer vergelijkbaar takenpakket. Helaas blijkt nergens uit waarom er al na twee jaar weer een vrijwel identieke vacature was in Villa ‘Labor Vincit’. Is de eerste dienstbode wegens slechte werkomstandigheden weggelopen? Kon ze elders meer verdienen? Ging ze trouwen? We kunnen er alleen maar naar raden. Daarnaast, het vrijstaande huis waarin het gezin toen woonde is kort daarop gesloopt, in 1932 kwam daar een rijtje van 4 huizen voor terug, Oosteinde 68-74, huizen die nu ook al weer 90 jaar oud zijn.

 

Indië meldt treinramp | Voorburg  januari 1922

 

100 Jaar terug haalde Voorburg de internationale pers, al was het dan wel in Nederlands-Indië. Op uiterst gedetailleerde wijze werd in de Sumatra Post van 3 januari 1922 verslag gedaan van een treinongeluk op het nu niet meer bestaande baanvak naar Scheveningen. De rails waren glibberig, dat fenomeen was dus ook toen al een probleem voor de spoorwegen. De machinist van de trein, vertrokken van HS naar Scheveningen, zag weliswaar een sein op onveilig, maar kon de trein niet snel genoeg tot stilstand te brengen. Tegelijk was de machinist van de trein van Scheveningen naar Rotterdam Hofplein evenmin in staat om zijn trein nog tijdig af te remmen. De onvermijdelijke botsing resulteerde in het omgeslaan van de locomotief, van de trein uit Scheveningen, en een verbrijzeld bagagerijtuig. Gelukkig waren er  geen gewonden (of erger) onder de passagiers.

1922 januari treinongeluk 1

Met die uitkomst zou je verwachten dat een kort bericht volstaan zou hebben. Maar óf de honger naar Nederlands nieuws was in Indië zo groot dat de Sumatra Post een dergelijk omvangrijk artikel opnam in haar editie, óf er was zo weinig nieuws te melden dat men bij de Post van arremoede dit Voorburgse nieuws zoveel aandacht kon geven. Wat de verklaring ook is, ook op Sumatra was men dus nauwkeurig op de hoogte van dit Voorburgse drama.

De rest van het bericht staat hieronder:

1922 januari treinongeluk 2

Annexatiegedoe in Voorburg, december 1921

Sommige thema’s komen in deze rubriek voortdurend terug, en één daarvan zijn de herhaalde annexatiepogingen van de gemeente Den Haag. Steeds weer stuitte de gemeente Den Haag op een gebrek aan grond om de groeiende bevolking voldoende ruimte te geven om te wonen, te werken en te ontspannen. Steeds weer werd geprobeerd dit op te lossen door grondgebied van omliggende gemeentes over te nemen. Heel recent is de discussie over het hergebruik van de grond waarop het ANWB hoofdkwartier staat. Den Haag zou ook daar graag woningbouw plegen. Ook al ligt het relatief dicht tegen het Haagse centrum aan, het is wel Wassenaars grondgebied. Bewoners van omliggende, Haagse(!) wijken gebruiken deze omstandigheid als argument om de bestaande gemeentegrenzen te handhaven, in de hoop dat Wassenaar daar geen grootschalige woningbouw zal accepteren.annexxatie_8-12-1921.jpg

Ook 100 jaar terug, in het najaar van 1921, was er al annexatiegedoe, maar toen tussen Den Haag en Voorburg. Den Haag had zijn oog laten vallen op het nog grotendeels ongebouwde gebied tussen de Broeksloot, de spoorlijn Den Haag-Gouda en de spoorlijn Den Haag-Leiden. Daarmee zou dit mooi aansluiten op het al eerder geannexeerde gebied van de Binckhorstpolder, aan de westelijke kant van de spoorlijn Den Haag-Gouda. Dat gebied werd al in 1907 van Voorburg overgeheveld naar Den Haag. In het nieuwe voorstel, van 1921, zou Voorburg, als het zou blijven bestaan, alleen nog maar de smalle strook tussen Vliet en Broeksloot omvatten. Met die omvang was Voorburg niet levensvatbaar meer. Vandaar dat B&W van Voorburg zich fel tegen dit nieuwe voorstel uitsprak. Het college merkte op dat Voorburg-Noord, zoals we dat nu noemen, volop in ontwikkeling was, met veel nieuwbouw en ook met openbaar vervoer (de Blauwe tram die in 1923 zou gaan rijden), waardoor de verbinding tussen Den Haag en Voorburg verder verbeterd zou worden. In enigszins larmoyant taalgebruik weergegeven, zou Voorburg een stiefkind worden van Den Haag, een wijkplaats voor allerlei ongerechtigheden die men in Den Haag niet bemerkt of wil bemerken. Dat is nog steeds niet echt veranderd. Het is het nog maar kort geleden dat we ‘verblijd’ werden met de plaatsing van een forse windturbine. Die staat, ver weg van de woonwijken van Den Haag, wel pal naast een woonwijk van en nagenoeg op de grens met Leidschendam-Voorburg ...

 

 

Dankbetuiging of fake news

Acties van bedrijven om de aandacht van de consument te trekken zijn van alle tijden. Wie herinnert zich niet de vrijdagkoopjes van V&D, de PCM acties van Albert Heijn, het snoepje van de week van de Gruyter en er zijn er nog veel meer te noemen. Zegeltjes waren daarbij vaak een belangrijk hulpmiddel, het bond de klant aan een bedrijf en zorgde er voor dat klanten terugkwamen. Veel klanten waren zeer te spreken over dit soort acties. Eindelijk kwamen zo artikelen als wasmachine of koelkast binnen bereik, eindelijk werd in die naoorlogse tijd de welvaartsverbetering zichtbaar. Mensen zullen daar zeker dankbaar voor zijn geweest, maar zo dankbaar als in bijgaande advertentie was toch een zeldzaamheid. Hierin liet een bewoner van de Kerkstraat in Voorburg in een ronkende volzin weten hoe een cadeau vanwege een bon bij de aankoop van een stuk Sultanezeep gewaardeerd was.

1921 novemberEchter, in tal van andere kranten verschenen in die jaren sterk overeenkomstige advertenties als onderstaand, van gelukkige winnaars wonend in Leiden, Amsterdam en Zierikzee. Dat wekt de indruk dat de fabrikant op deze wijze haar reputatie verder probeerde op te vijzelen. Niets op tegen, maar wel op het randje.  Programma’s als Kassa of Radar zouden hier zeker melding van hebben gemaakt, en dan was het geen positieve reclame meer.

Bron: Haagsche Courant, 26-11-1921