Historische Vereniging Voorburg

Voorburg juni 1945

Een kleine maand na de bevrijding begon het gewone leven weer op gang te komen. Allesoverheersend in die tijd was de schaarste: aan levensmiddelen, aan woningen, aan werk. Hierbij een krantenknipsel uit Het Vrije Volk, Haagse editie van 25 mei 1945. Wat een administratie moet dit zijn geweest, voor de overheid, voor de groot- en kleinhandel, voor de winkelier en uiteindelijk ook voor de consument (B staat voor ???, MG voor militair gezag). Verschillende bonnen voor verschillende producten, soms hele korte geldigheidsduur, en kwam je te laat, dan viste je achter het net, en aankondigingen van producten die aanstaande waren.

 

juni1945 1

 

In het Binnenhof, van woensdag 14 juni, stond een soortgelijk artikel, met bonnen voor weer andere producten, en dat met een nauwkeurigheid (geen 100 maar 112 gram als het in blik is, dat zal vast op basis van een Engelse eenheid gewogen zijn.  

juni1945 2

 

 

Telefoonnet Voorburg

 Telefoonnetvoorburg1

Zoals het krantenbericht laat zien werd Voorburg in Juni 1920 voortgestoten in de vaart der volkeren: vanaf 1 Juli 1920 kon je ook ’s avonds na 10 uur bellen met je vriendin of vriend of door haar / hem gebeld worden! In de woorden van Johan Cruiff: ‘elk voordeel heb zijn nadeel’.

Dat ’s nachts bellen ging overigens nog wel via een handmatig bediende telefooncentrale waar een behulpzame telefoniste (telefooncentrales werden gewoonlijk bemenst door jongedames) de verbinding tot stand bracht. Op de centrale werd door de telefoniste met behulp van een stekkersnoer contact gelegd tussen degene die belde met degene die gebeld werd. In Nederland  functioneerde dit handmatige systeem bij interlokaal bellen nog tot in de Jaren Vijftig van de vorige eeuw. Op het platteland van Australië waren dergelijke handmatig bediende centrales zelfs tot ver in de jaren Zeventig nog in gebruik. 

Het aantal telefoonabonnees in Voorburg was in 1920 nog niet zo groot. De ‘Naamlijst voor den Telefoondienst – Uitgaaf Januari 1920’ vermeldt alle bij het ‘Hoofdbestuur der Posterijen en Telegrafie’ geregistreerde Nederlandse telefoonnummers. Helaas staan de aansluitingen in Voorburg verstopt in de namenlijst van ’s Gravenhage en is het dus wat lastig om het preciese aantal Voorburgse abonnees te bepalen. Een vlugge scan laat echter zien dat ene Mevr. Westendorp telefoonnummer “ V 408 “ had, en de toenmalige burgemeester van Voorburg werd als volgt vermeld: “  V 378   Stern, Jhr. C. W., Burgemeester v. Voorburg, Oosteinde 221, Voorburg.”  In totaal zullen er dus rond de 500 abonnees geweest zijn. Kennelijk voldoende voor een eigen telefooncentrale waar vanaf 1 Juli 1920 ook ’s nachts een telefoniste aanwezig zou zijn.

Lees meer...

5 mei 1945: ‘Een blij afscheid’

Vanwege de corona crisis is de 75-jarige herdenking van de bevrijding nauwelijks goed gevierd. En dat terwijl er juist veel voorbereidingen getroffen waren om op uitgebreide schaal hierbij stil te staan. Dat is jammer, want stilstaan bij alle offers en heldendaden die toen gebracht zijn is belangrijk. Het laat zien hoe waardevol die activiteiten zijn geweest als bijdrage aan die bevrijding. De HVV heeft daarom besloten om de komende tijd aandacht te besteden aan die eerste naoorlogse jaren. Dat gebeurt op een soortgelijke wijze als bij ‘Het nieuws van gisteren’. Daarin wordt aan de hand van krantenartikelen teruggekeken naar allerlei aspecten van het leven in Voorburg 100 jaar terug. In deze nieuwe reeks gaan we terug naar de bevrijding en de daaropvolgende periode van herstel en wederopbouw. Begonnen wordt in mei 1945, de maand waarin Nederland en daarmee ook Voorburg bevrijd werd van de Duitse overheersing.

Vanaf mei 1943 verscheen haast dagelijks in Voorburg een ondergronds blad, ‘De Vossenburcht’. In dat blad werd vooral het nieuws over de oorlog doorgegeven, zoals dat via Radio Oranje en de BBC werd doorgegeven. Luisteren naar deze zenders was verboden, mensen waren gedwongen geweest om hun radio in te leveren. Daardoor was men aangewezen op het nieuws van gelijkgeschakelde kranten en het volledig door Duitsers gecontroleerde radionieuws. Met dit blad werd gepoogd de Voorburgers van het laatste internationale militair-strategische nieuws te voorzien. Dat men het tot het einde van de oorlog heeft volgehouden, is bewonderenswaardig. Dat men in een grote leemte voorzag, bleek wel uit de steeds groeiende belangstelling.

Het bevrijdingsnummer  begon als volgt:

 Nederland is weer vrij

In het afscheidsnummer in juni 1945 uitgebracht, werd uitgebreid ingegaan op de start, in mei 1943. Begonnen werd met handgeschreven notities, maar al snel kwam er een typemachine. Daarbij moest er papier en carbonlinten komen, moest men geregeld van locatie veranderen om niet door de Duitsers gepakt te worden. Ook was vanaf najaar 1944 elektriciteit vaak niet beschikbaar. Luisteren, drukken en verspreiden van dit soort kranten waren onverminderd risicovolle activiteiten: de Duitsers waren voortdurend op jacht. Diepe bewondering daarom voor deze verzetsactiviteit. In mei 1945 kon men weer bovengronds komen. De redactie besloot vervolgens in juni 1945 te stoppen dit blad. Dat werd betiteld als een blij afscheid, de vrijheid was herwonnen, het werk was gedaan.

Het Rode Pannendorp

Foto evert

Het ‘Rode Pannendorp’ is de wijk die de Emmastraat, Oranje Nassaustraat, Prins Hendrikstraat & Weverslaan omvat.

Sinds de invoering van de ‘Woningwet 1901’ bemoeide de Rijksoverheid zich actief met de ‘volkshuisvesting’  [1]. Behalve dat er kwaliteitseisen aan woningen gesteld konden worden, maakte de ‘Woningwet 1901’ het ook mogelijk dat de Rijksoverheid woningbouwverenigingen financieel  kon ondersteunen. Het waren die woningbouwverenigingen [&/of corporaties & stichtingen] die in de praktijk zorg droegen voor het bouwen en beheer van goede en betaalbare woningen voor minder draagkrachtigen [anders gezegd: de arbeidersklasse]. De directe financiering door het Rijk van de woningbouwverenigingen werd overigens in 1921 stopgezet omdat de woningnood zou zijn opgelost.

In Voorburg was Woningbouwvereniging St. Martinus actief [St. Martinus is rond de eeuwwisseling opgegaan in Stichting Wooninvest] [2], en in mei 1920 werd ‘Het bouwen van 59 Arbeiderswoningen en een Winkelhuis’ aanbesteed. Drie weken later werd bekend gemaakt wie de aanbesteding gewonnen had:  ‘Minste inschrijver S. Treep te Voorburg voor f 359.600.’ . Dat bedrag betekent dus een kostprijs van pakweg f 6000 per woning. Ter vergelijking: de huidige WOZ waarde van een zestal willekeurig gekozen huizen aan de Emmastraat is gemiddeld zo’n € 235.000. Naar guldens omgerekend is dat  f 518 000. Vertaald naar een inflatiepercentage is dat 4,56 %/jaar cumulatief over honderd jaar. Heel vergelijkbaar met de woninginflatie van 4,8 % / jaar zoals vermeld in het eerste berichtje in de serie ‘100 jaar Voorburg’.  

In 1990 was er een plan om de hele wijk te slopen om plaats te maken voor flatgebouwen [3]. Dit plan van Woningbouwvereniging St. Martinus werd - om het beleefd te formuleren - niet erg enthousiast ontvangen door de bewoners van de wijk. Een handtekeningenactie hielp de sloop te voorkomen. In 2016 is er overigens zelfs serieus sprake van geweest dat de wijk tot ‘gemeentelijk monument’ verheven zou worden [3].  Maar net als bij de sloopplannen, is daar niets van terecht gekomen.  Op de monumentenlijst van Leidschendam-Voorburg [4] is in ieder geval niets te vinden over een eventuele monumentale status van een of meer huizen aan de Emmastraat, Oranje Nassaustraat, Prins Hendrikstraat of Weverslaan.

Bronnen:

(1)    https://nl.wikipedia.org/wiki/Woningwet

(2)    http://www.cultuurpuntleidschendam-voorburg.nl/organisaties?controller=organizationdetails&type=132&org=233

(3)    http://www.overhetwestland.nl/2016/05/19/met-afbraak-bedreigde-huizen-nu-waarschijnlijk-monument/

(4)    https://www.lv.nl/monumentenlijst

10 april 1920 Openbare Verkooping

 200422 Openbare verkoping

Deze keer in 'Voorburg 100 jaar geleden' een advertentie dd 10 april 1920 voor de ‘Openbare Verkooping’ van een inboedel uit de nalatenschap van L. C. Enthoven. De verkoop van ‘Zilveren Voorwerpen’ uit een nalatenschap doet vermoeden dat de erfgenamen wellicht enig verschil van inzicht hadden over de verdeling van de erfenis. Dat komt in veel families voor!

Lodewijk Cornelis Enthoven [1854-1920] behoorde tot een familie die rijk was geworden met de ijzerpletterij Enthoven te Den Haag. Hij zelf was vermogend genoeg en had kennelijk ook voldoende tijd om een belangrijke kunstcollectie op te bouwen. Hij verzamelde Delfts Blauw, schilderijen, en nog veel meer kunstvoorwerpen. Een deel van zijn collectie - waaronder ook werken van Van Gogh - is in Museum Kröller-Muller terecht gekomen. [Bron: https://rkd.nl/nl/explore/artists/record? query=Lodewijk+Cornelis+Enthoven&start=0 ]. In 2004 heeft Museum Swaensteijn een tentoonstelling aan hem gewijd: ‘Lodewijk Cornelis Enthoven (1854 – 1920) : verzamelaar te Voorburg’. In de advertentie valt ook op dat Enthoven beschikte over een fraai automobiel: een ‘coupé Limousine’ van het merk Delahaye met in totaal zes zitplaatsen. Volgens Wikipedia produceerde de Franse autofabrikant Delahaye voornamelijk sportieve auto’s in de duurdere prijsklasse. Ter vergelijking: tegenwoordig denk je bij ‘hogere prijsklasse’ aan bijvoorbeeld een Mercedes S-klasse of een Porsche Cayenne. Helaas heeft Museum Louwman geen Delahaye uit het begin van de 20e eeuw in haar collectie, maar het onderstaande plaatje geeft een goede indruk van het soort auto wat begin 20e eeuw bedoeld werd met het begrip ‘limousine’ en welk soort lieden daar gewoonlijk gebruik van maakte. [Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Limousine#/media/Bestand:Winton1915.jpg ]

winston1915

10 maart 1920 Ambtenaar benoemd

De krant van gisteren 10 3 1920
Deze keer een kort berichtje dd 10 maart 1920 over de benoeming van een Voorburger tot ambtenaar bij de gemeente Leimuiden en Rijnsaterswoude.

Wat valt op aan dit berichtje? Ten eerste dat Leimuiden al lang geen zelfstandige gemeente meer is, maar tegenwoordig onderdeel vormt van de Zuid-Hollandse gemeente Kaag en Braassem. Sinds 1900 is het aantal zelfstandige gemeentes in Nederland afgenomen van ruim 1100 tot minder dan 400 nu. Kortom: een stuk minder werkgelegenheid voor burgervaders.

Verder valt op dat ook in welgestelde kringen [‘G.J.M. Baron van Slingelandt’] het vinden van een passende, eerste betrekking kennelijk wel eens lastig kon zijn. Anders was Baron van Slingelandt vast niet een tijd lang als ‘volontair’ werkzaam geweest op de gemeentesecretarie van Wateringen. ‘Volontair’ betekent volgens Wikipedia ‘onbezoldigde medewerker’. Werken als volontair werd veelal gedaan om de broodnodige praktische werkervaring op te doen, en daardoor een betere positie op de arbeidsmarkt te verwerven. Voor iemand van goede komaf zoals Baron van Slingelandt, zal het enige tijd onbezoldigd werken geen al te groot probleem zijn geweest. Voor minder welgestelde personen was het werken als volontair waarschijnlijk veel minder aantrekkelijk. Tegenwoordig  kennen we hetzelfde fenomeen overigens nog steeds: alleen noemen we het nu een ‘stage’. Ofschoon er gewoonlijk een stagevergoeding wordt gegeven, is dat nadrukkelijk geen salaris maar alleen een onkostenvergoeding. Een werkstage wordt door de stagiair(e) ook gebruikt om een betere positie op de arbeidsmarkt te verkrijgen. Voor de stagegever is het overigens een mooie gelegenheid om eens goed te kijken hoe een mogelijke werknemer in de praktijk functioneert. Wat betreft ‘volontair’ en ‘stagiair(e)’ is er dus niet zo erg veel verschil, behalve dat zo’n honderd jaar geleden een vrouwelijke ‘volontair’ een vermoedelijk onbekend verschijnsel was. Daarentegen is tegenwoordig een ‘stagiaire’ een volstrekt normaal fenomeen.

De krant  van Gisteren I

 

Delpher 29 februari 1920
Als Historische Vereniging Voorburg hebben we niet alleen belangstelling voor Voorburg's verleden maar gaan we ook met onze tijd mee door gebruik te maken van moderne onderzoekstechnieken om die geschiedenis te bestuderen. Het 'Delpher' zoekprogramma van de Koninklijke Bibliotheek maakt het mogelijk om in een oogwenk bijna alle nederlandstalige kranten die ooit verschenen zijn te doorzoeken op berichten waarin een bepaald trefwoord voorkomt. Delpher is dan ook de basis waarop we deze nieuwe rubriek 'Voorburg honderd jaar geleden'  zullen  bijhouden.

Wat is er mooier dan in het schrikkeljaar 2020 deze rubriek te beginnen met een bericht gedateerd 29 Februari 1920.

Waar gaat dat berichtje 'Uit Voorburg' over? Heel eenvoudig: het leven van alledag honderd jaar geleden. Geboortes, ondertrouw en overlijden, de benoeming van een ambtenaar bij de gemeente, en de vermelding van de prijs van openbaar geveilde  woningen.

Bij de meldingen van overlijden valt een geval van kindersterfte op: 'Cornelia Johanna Meester, 3 weken.' Tegenwoordig valt dat op, maar een eeuw geleden was heel normaal dat zuigelingen overleden. De gezondheidszorg is in 2020 dan ook  stukken beter dan in 1920.

Bij het bericht over openbaar geveilde huizen, staan zowel de namen van de kopers als de prijzen vermeld. Onder de huidige privacy wetgeving is het in een krant publiceren van de naam van de koper van een huis op z'n best een twijfelgeval. Dat namen niet meer vrijelijk in kranten genoemd mogen worden zal in 2120 geschiedkundig onderzoek vast een stuk lastiger maken.

De huisprijzen lagen in 1920 ook een stuk lager dan nu. Tegenwoordig kunnen we slechts dromen van een huis met een vraagprijs van minder dan twee ton in Euro's en hier zien we bedragen van minder dan 10 000 guldens. Maar de inkomens waren natuurlijk ook een stuk lager dan tegenwoordig. Om een redelijke vergelijking te maken zijn daarom de vermelde verkoopprijzen vergeleken met de WOZ waardes van huizen op hetzelfde adres. Die WOZ waardes zijn met een druk op de knop te vinden op de openbare website www.wozwaardeloket.nl . Bij elkaar opgeteld brachten de drie verkochte huizen fl. 23 375 op. Omgerekend is dat € 10 607. De WOZ waardes van de huizen op dezelfde adressen waren per 1/1/2019 in totaal €  1 189 000.

Anders gezegd: gemiddeld 4,8 % / jaar, of te wel ruim boven de inflatiedoelstelling van net onder de 2 % / jaar die de ECB hanteert. Het rentebeleid van de ECB is dus niet echt in overeenstemming met de prijsontwikkeling van huizen in Nederland. "