Historische Vereniging Voorburg

Deserteur ontmaskerd, september 1920

In Nederland is de militaire dienstplicht voor mannen in 1810 door Napoleon ingevoerd [1].  Na het vertrek van Napoleon naar St. Helena werd  in het nieuwe Verenigd Koninkrijk der Nederlanden die dienstplicht gehandhaafd. In de 19e eeuw werd door loting bepaald wie er daadwerkelijk moest opkomen.  Voor de meer welgestelden die - om wat voor reden dan ook - geen zin hadden om ‘des konings wapenrok’  aan te trekken was het mogelijk om een vervanger [‘remplacant’] in te huren[2].  In 1898 verviel echter die mogelijkheid omdat de persoonlijke opkomstplicht van kracht werd. Daarmee werd het een stuk lastiger om na goedgekeurd te zijn, je toch te onttrekken aan het vervullen van je dienstplicht. Wel was het mogelijk om uitstel te krijgen vanwege studie, of zelfs afstel door bijvoorbeeld te emigreren naar het buitenland of door werkzaam te zijn als priester, mijnwerker of zeeman. Een andere reden voor vrijstelling was ‘broederdienst’: dat wil zeggen dat je werd vrijgesteld als een of meer broers in actieve dienst  waren of waren geweest.  Ook kon je gewetensbezwaren aanvoeren. Als die bezwaren erkend werden kon je vervangende dienst bij bijvoorbeeld een overheidsorganisatie doen.

Deserteur ontmaskerd

Begin 20e eeuw waren die uitzonderings mogelijkheden echter zeker niet voor iedereen weggelegd. Dan bleef er nog desertie over als je echt geen zin had om op te komen. Na desertie  moest je natuurlijk wel op de een of andere manier onderduiken om uit handen  van de autoriteiten te blijven. Voor een korte periode is onderduiken niet zo moeilijk, maar op de langere termijn is het erg lastig. Dat blijkt tenminste uit een bericht van 20 september 1920 in ‘Het Volk’ dat er na 11 jaar onderduiken een deserteur in Voorburg ontdekt was. Deze deserteur had de kost verdiend door als dienstbode te werken. Dat daarbij door ‘haar’ werkgevers niet al te veel vragen zijn gesteld of referenties waren opgevraagd, blijkt wel uit de mededeling dat deze dienstbode zich regelmatig moest scheren. 

Doordat per 1 mei 1997 de opkomstplicht is opgeschort, hoeven dienstplichtingen [tegenwoordig niet alleen mannen maar ook vrouwen!] die geen zin hebben om ‘te dienen’ nu niet meer na te denken over hoe ze die dienstplicht kunnen ontlopen.  Het alternatief van een matig betaald ‘dienstje’ bij een net burgergezin hoeft dus ook niet overwogen te worden.

[[1https://nl.wikipedia.org/wiki/Dienstplicht">https://nl.wikipedia.org/wiki/Dienstplicht

[2https://pure.uva.nl/ws/files/1695953/123041_11.pdf

De barmhartige Samaritaan, oktober 1945

Albert Termote was een bekend beeldhouwer, en vanaf 1922 woonachtig in Voorburg. Hij overleed in 1978. Van hem zijn vele beelden bekend, zoals het beeld van Corbulo, op het Koningin Julianaplein te Voorburg. Een ander bekend beeld is dat van de barmhartige Samaritaan.

Termote De barmhartige samaritaan

Het beeld werd eind september 1945 onthuld, zoals in het Binnenhof van 1 oktober 1945 te lezen valt. Een vooraanstaand gezelschap was daarbij aanwezig. Maar de voorgeschiedenis begint al veel eerder.

Onthulling beeldengroep Barmhartige Samaritaan

 

Op de voet van de steen staat vermeld: "De burgerij van zes gemeenten (Rijswijk, Voorburg, Leidschendam, Nootdorp, Berkel-Rodenrijs en Zoetermeer) heeft dit zinrijk kunstwerk der dertiende juni 1938 bij de viering van het 25-jarig bestaan van St. Antoniushove aan het College van Regenten ten geschenke gegeven ter gedachtenis van den stichter monseigneur W. van Stee en uit dankbaarheid voor de werken van barmhartigheid door velen aan velen in dit huis verricht." Monseigneur van Stee (1846-1930) moet een bijzondere pastoor zijn geweest. Zo was hij betrokken bij/stichter van het ziekenhuis Sint Antoniushove, het Forumtheater in de Herenstraat, de Boerenleenbank in Voorburg, en de voetbalvereniging Wilhelmus.

Er was dus alle reden om hem te gedenken. Probleem was dat het beeld in 1938 bij het jubileum nog niet gereed was. Het is ruim twee jaar later, op 18 september 1940, overgedragen en voorlopig (waarschijnlijk wegens gevaar voor inbeslagname tijdens de oorlog) geplaatst in de binnentuin van het ziekenhuis aan het Oosteinde. Pas in september 1945 kreeg het zijn officiële plaats en is het onthuld. Bij de verhuizing van het ziekenhuis in 1972 naar Leidschendam is het beeld op zijn huidige plek terecht gekomen. Een waar sieraad voor de gemeente Leidschendam-Voorburg.

Voorburg in september 1945

Het was nog geen wereldnieuws, maar nationaal trok Voorburg in september 1945 enigszins de aandacht vanwege rumoer bij een NSB interneringskamp. In de Christelijk Nationale School aan de Rozenboomlaan was een kamp voor NSB-ers ingericht. Niet duidelijk is hoeveel mensen daar geïnterneerd zijn geweest.

Op deze foto staat een aantal geïnterneerden voor de Christelijk Nationale School

Voorburg september 1945

Vervaardiger H.G.L. Schimmelpenningh - collectie Haags Gemeentearchief.

Op 11 september konden mensen in de kranten lezen dat in het weekend onrust was geweest bij het kamp. Er hadden schoten weerklonken. In een artikel (zie De Waarheid) werd zelfs van een aanval gesproken, waarbij onder de aanvallers ook enige Duitsers zouden zijn. In een ander artikel (zie het Binnenhof) had men een verdacht figuur zien rondsluipen. Een klopjacht in Vreugd en Rust leverde, volgens dit artikel, echter niets op. Volgens de commandant was het zeer onwaarschijnlijk dat er werkelijk een overval was geweest. Volgens hem was er sprake van loos alarm.

 

De Waarheid 11 9 21945Binnenhof 11 9 1945

Artikel De Waarheid 11-9-1945 en Het Binnenhof 11-9-1945

Maar het zat toch nog iets anders. Er was op zaterdag 8 september een afscheidsfuif georganiseerd, voor en door de geïnterneerden. Zij zouden binnenkort overgebracht worden naar grote verzamelkampen. De verantwoordelijk commandant had toestemming gegeven voor zo’n afscheid. Hij vond dat de geïnterneerden lang genoeg verstoken waren geweest van sigaretten en versnaperingen. Er werd ook volop muziek gemaakt, op eigen instrumenten. Dat werd hem niet in dank afgenomen. Hij werd direct ingerekend. Bij nader onderzoek bleek dat hij eerder al op te broederlijke wijze met de geïnterneerden was omgegaan. Ze mochten winkelen, en sommigen kregen zelfs toestemming om een poosje naar huis te gaan. Een dergelijk regime werd als onbegrijpelijk beoordeeld.

Het Vrije Volk 19 9 1945Binnenhof 22 9 1945

Artikel Het Vrije Volk 19-9-1945, en Het Binnenhof 22-9-1945

Of deze gebeurtenis het afscheid nemen versneld heeft, is niet duidelijk, wel werd het interneringskamp eind september opgeheven. De geïnterneerden werden overgebracht naar de Haagsche Fruithallen.

De Nieuwe Nederlander 29 9 2945

De Nieuwe Nederlander 29-9-1945

Voorburgsche Burgerwacht

In het boek ’70 Jaar vrede en vrijheid’ ([1]) staat een hoofdstuk ‘Daar komt de Burgerwacht!’.  Burgerwachten waren in augustus 1914 bij Koninklijk Besluit opgericht en hadden als taak bij ’s lands verdediging ondersteunende taken uit te voeren. De leden waren mannelijke vrijwilligers van 30 jaar of ouder. Vrijwilligers jonger dan 30 jaar dienden bij de Vrijwillige Landstorm. De Voorburgse burgerwacht  kwam ’s zomers op maandagavonden op een schietbaan in de Tedingerbroekpolder bij elkaar voor schietoefeningen. 

IMG 6648

Na het einde van de Eerste Wereldoorlog in 1918 verminderde het enthousiasme kennelijk. Dat valt tenminste af te leiden uit het bericht in het Rotterdamsch Nieuwsblad van 9 September 1920. Daarin doet de heer Van Spengler - de commandant van de Voorburgsche burgerwacht - zijn beklag over de geringe belangstelling voor het bijwonen van schietwedstrijden.

Aardig is dat hij voorstelde om als lokkertje een gerookte paling te verloten onder de leden die wel zouden komen opdagen.  Dit naar aanleiding van het succes dat daarmee behaald was bij een andere Voorburgse vereniging.  Helaas blijkt uit het bericht niet of dit lokmiddel ook bij de burgerwacht succesvol is toegepast.

Gelukkig hebben we als Historische Vereniging Voorburg nog nooit onze toevlucht hoeven nemen tot zo’n kunstgreep om bij onze bijeenkomsten de zaal vol te krijgen. Maar wellicht is het een manier om als de corona-pandemie voorbij is, de - al dan niet kwetsbare - leden toch te verleiden tot het fysiek bijwonen van een bijeenkomst.

In juli 1940 werden op last van Duitse bezetter de Burgerwachten buiten dienst gesteld en in september 1940 ontbonden. De burgerwachters kregen een herinneringsmedaille voor bewezen diensten. De medaille van de Voorburgsche Burgerwacht was uitzonderlijk: die had een oranje lint in plaats van een lint in de kleuren van de Nederlandse vlag ([2]).

Annotation 2020 09 01 205841

 

[1] Historisch Voorburg Jaargang 21 [2015]

[2] https://nl.wikipedia.org/wiki/Medaille_voor_Trouwe_Dienst_in_de_Voorburgsche_Burgerwacht

Spaanse Griep

In maart 2020 is Nederland getroffen door de corona-pandemie. Door het COVID-19 virus hebben we te maken gekregen met vergaande ingrepen in zowel ons privé- als het maatschappelijke leven(1). De '1,5 m afstand houden' regel  is daarvan wel de bekendste ingreep. Voor de HVV-leden betekenden de corona-maatregelen o.a. ook dat er in mei geen ALV kon worden gehouden en dat er geen leden aanwezig konden zijn bij de uitreiking van het eerste exemplaar van het boek ‘Vreugd en Rust’. 

De corona-pandemie is ernstig! Eind juli waren er in Nederland ruim 6000 geregistreerde sterfgevallen te betreuren en wereldwijd zijn dat er bijna 700 000 (2). Het is echter goed te beseffen dat honderd jaar geleden de wereld zich net aan het herstellen was van de Spaanse Griep. De Spaanse Griep vergde in 1918/1919 in Nederland minstens 40 000 doden en wereldwijd zelfs tussen de 20 en 100 miljoen doden (3). Het bericht van 18 januari 1919  in het ‘Dagblad van Zuid Holland en ’s Gravenhage’ geeft een goede indruk van hoe dramatisch de toestand was in November 1918. Samengevat: ‘In het geheele rijk overleden aan griep in het derde kwartaal van 1918 815 personen. In de maand October bedroeg dit cijfer 3203, in November 10,615 personen.’ 

Dagblad van Zuid Holland en s Gravenhage 18 Januari 1919 edited

Ofschoon de corona-pandemie zeker nog niet voorbij is kan je toch wel stellen dat de Spaanse Griep qua ernst van een andere orde van grootte was dan de huidige pandemie. In 1920 was de Spaanse Griep voorbij en dat was zeker het geval in Voorburg. In Delpher is er met de zoekterm “Voorburg + Spaanse griep” in kranten verschenen in het jaar 1920 in ieder geval niets te vinden. Wel staat er in het Staatsblad van 4 Augustus 1920 een overzicht van het aantal landelijk geregistreerde gevallen van besmettelijke ziekten voor de week van 25 t/m 31 juli 1920. Dit overzicht betreft de registratie van de gevallen van buiktyphus, roodvonk en difterie. Voorburg staat in dat overzicht vermeld met slechts 1 geval van roodvonk. Rotterdam daarentegen valt op in dat overzicht door de relatief forse aantallen van roodvonk en difterie. Ook in 2020 loopt Rotterdam ten opzichte van de regio duidelijk voorop met het aantal geregistreerde corona-gevallen (4). Al met al dus eigenlijk weinig nieuws onder de zon!

Nederlandse staatsblad 4 Augustus 1920 

[1] https://nl.wikipedia.org/wiki/Coronacrisis_in_Nederland#Maart

[2] https://www.google.com/search?q=corona+sterfgevallen+Nederland&oq=corona+sterfgevallen+Nederland&aqs=chrome..69i57j0l4.6268j0j7&sourceid=chrome&ie=UTF-8

[3] https://nl.wikipedia.org/wiki/Spaanse_griep

[4] https://www.rivm.nl/coronavirus-covid-19/actueel

Voorburg augustus 1945

Op 15 augustus 1945 geeft Japan zich over. Daarmee is de Tweede Wereldoorlog voorbij. Vanuit Nederlands perspectief wordt dat gezien als een beslissende stap naar herstel van de vooroorlogse verhoudingen, maar voor Soekarno is dat het moment om de Indonesische onafhankelijkheid uit te roepen. Het Vrije Volk opent 15 augustus breed met de capitulatie van Japan.

Het Vrije Volk 15 8 1945 Overgave Japan

In diezelfde krant treffen we op pagina 3 een groot aantal advertenties van bedirjven in de Haagse regio, die op zoek zijn naar personeel. Bij drie advertenties gaat het om advertenties uit Voorburg, een meisje voor in de huishouding, een plaatwerker in een carosseriebedrijf in de van Alphenstraat, en een aantal werknemers voor HOKO, aan het Westeinde 86. Dat bedrijf produceerde comprimeermachines, apparaten om grondstoffen, bijvoorbeeld voor medicijnen, in elkaar te persen.

Het Vrije Volk 15 8 1945 advertenties

Maar ook al is de oorlog in Europa al ruim 3 maanden achter de rug, nog steeds zijn er veel mensen vermist. Ook op die 15e augustus zijn er 7 personen, die gezocht worden. De vermelde laatst bekende verblijfplaatsen, zoals Buchenwald, Vught, Westerbork, Dachau, Sachsenhausen en Auschwitz, zo weten we nu, maakten de kans op terugkomst niet groot.

Het Vrije Volk 15 8 1945 Vermisten

Tegelijk was het natuurlijk wel augustus, zomer, met de schoolvakantie. Op vakantie gaan was er niet bij, geen geld en geen reismogelijkheden. Gelukkig kon men weer wel naar het strand. Op twee stroken strand, duidelijk gemarkeerd, waren nagenoeg alle mijnenvelden gezuiverd.

Parool 7 8 1945 Strand

1 Personeel gezocht bij Vreugd en rust

Flinke werkmeid gezocht

Voor veel leden van de HVV is het ontvangen van een nieuw boek in de serie ‘Historisch Voorburg’ het hoogtepunt van het verenigingsjaar. Ook dit jaar is er dankzij de inzet van auteurs, redactie en vormgever (en niet te vergeten de financiële steun van diverse instellingen en bedrijven) weer een prachtig boek gepubliceerd: ‘Vreugd en Rust - gastvrije buitenplaats met een park van Zocher’. Op vrijdag 19 juni is het eerste exemplaar van dit kloeke boek overhandigd aan Commissaris van de Koning Jaap Smit en Wethouder Astrid van Eekelen. 
Bij het op Delpher (1) zoeken naar leuke weetjes over Voorburg uit het jaar 1920 vallen een paar berichten op die een kleine toevoeging vormen op de gedetailleerde beschrijving van de geschiedenis van ‘Vreugd en Rust’ in Hoofdstuk 2 ‘Gastvrij Vreugd en Rust’ . Zo werd er op 8 Juli in een personeelsadvertentie door ‘Parkhotel Vreugd en Rust’ gevraagd naar een ‘flinke werkmeid’. Een woordkeuze mbt het werkzame deel van de bevolking die wij honderd jaar later als ‘politiek weinig correct’ beschouwen. In het hoofdstuk ‘Gastvrij Vreugd en Rust’ wordt op pagina 131 vermeld dat er ook tentoonstellingen werden georganiseerd in het hotel. Duidelijk met als opzet om meer bezoekers naar ‘Vreugd en Rust’ te lokken.  Zo werd op 17 Juli door de ‘afdeeling Voorburg en Onstreken der Vereeniging tot bevordering der Bijenteelt in Nederland [......]‘eene Bijenteelttentoonstelling’ aangekondigd. Deze tentoonstelling was kennelijk van voldoende belang dat de Minister van Landbouw, Handel en Nijverheid gestrikt kon worden voor het ‘Eere-Comité’ van de tentoonstelling. Of dat beschermheerschap van de Minister van Landbouw veel extra bezoekers heeft opgeleverd is helaas niet terug te vinden in Delpher.
Het houden van tentoonstellingen in ‘Vreugd en Rust’ heeft in ieder geval niet geresulteerd in een winstgevende bedrijfsvoering. Begin 1923 werd de pacht van de buitenplaats beëindigd en werd het hotel te koop gezet (2).

[1] https://www.delpher.nl/nl/kranten/results?query=Voorburg&coll=ddd

[1] Historisch Voorburg, Jaargang 26, Hoofdstuk 2 > p. 131

 

2 Bijenteelttentoonstelling in Vreugd en Rust3 Minister als beschermheer van de bijenteelttentoonstelling

Voorburg in juli 1945 – voorzichtig herstel

Stapje voor stapje herstelde Nederland zich in de zomer van 1945. Het kabinet Schermerhorn was in mei 1945 aangetreden, met professor Piet Lieftinck als minister van Financiën. Een van zijn belangrijkste aandachtpunten was de geldzuivering. Op 6 juli 1945 verscheen het bericht dat vanaf 9 juli bank- en muntbiljetten van 100 gulden geen wettig betaalmiddel meer zouden zijn . Alle biljetten konden ingeleverd worden bij diverse banken. Dat was de eerste stap op weg naar de geldzuivering, die uiteindelijk op 26 september 1945 plaatsvond. Toen kwam het ‘tientje van Lieftinck’ in omloop. Ook in Voorburg verbeterde de situatie. Vanaf begin juli kwam de gaslevering weer op gang, met nog zeer beperkte rantsoenen overigens. De blauwe tram ging weer rijden tussen Den Haag en Leiden, er kwamen bussen voor het vervoer naar Gouda, Delft en Rotterdam. Weliswaar reed op sommige trajecten de trein alweer, maar een reis van Rotterdam naar Amsterdam duurde toen nog 6 uur. ‘Gelukkig’ kon er ook nog geklaagd worden, bijvoorbeeld over de prijs van een maaltijd in de Centrale Keuken. Waarom moest dat in Voorburg 1,60 gulden kosten, waar men in andere plaatsen, zoals in Den Haag, maar 70 cent hoefde te betalen, zo was een reactie .

Inlevering 100 gulden 6 juli 1945 

Uit Het Binnenhof, 6 juli 1945, blz. 1

Uit verschillende edities van Het Binnenhof, Haagsche Courant en Trouw, juli 1945