Historische Vereniging Voorburg

Familie Goldsteen

Rhijnvis Feithstraat 1

 

Naam

Geboorteplaats

Geboortedatum

Overleden

Datum overlijden

Leeftijd

Alfred Goldsteen 

Kohlscheid

6-2-1906

Mauthausen

10-04-45

39

Alfred Goldsteen had een Nederlandse vader en een Duitse moeder. Het gezin telde drie kinderen: Alfred, de twee jaar jongere Carl en een nakomertje, Frederik.

De ouders hadden aanvankelijk een manufacturenzaak en later een hoedenzaak met atelier in Duitsland, zo’n 40 km ten oosten van Roermond. Midden jaren twintig verhuisde het gezin naar Aken en vervolgens naar Vaals, Zuid-Limburg. Hier opende zijn vader een grenswisselkantoor.

Alfred koos voor een loopbaan in de handel en trad in dienst bij een Ford-dealer in Aken. Daarna had hij nog verschillende andere baantjes, o.a. bij een motorrijwielzaak in Rotterdam. In deze stad werd hij lid van een roeivereniging. Via de watersport leerde hij in 1933 zijn latere vrouw kennen, Tine Janna Hoen uit Den Haag. In 1935 trouwde het stel en verhuisde enige tijd later naar Voorburg, waar ze in de Hofwijckstraat 46 een huis aan De Vliet vonden, een ideale plek voor liefhebbers van de watersport. Later verhuisden ze naar de Rhijnvis Feithstraat 1. Hier woonden ze in februari 1942.

Alfred kreeg in Den Haag een baan als boekhouder bij het verzekeringskantoor van zijn schoonvader, gelieerd aan De Nederlanden van 1845.

In november 1941 werd Alfred bij zijn schoonvader ontslagen, omdat hij als Jood niet meer mocht werken, maar met een vals persoonsbewijs kon hij toch (illegaal) doorwerken. Hij gebruikte zijn valse identiteit om verzetswerk te doen, onderduikplaatsen te vinden en onderduikers te helpen.

In februari 1942 werd zoontje George geboren. Inmiddels was ook zijn moeder Carolina Goldsteen-Mendel bij hem in Voorburg ondergedoken. Na verraad is zij in oktober 1943 in Voorburg opgepakt, samen met de vrouw van haar zoon Carl. Nog in diezelfde maand zijn zij in Auschwitz vermoord.

In het begin van de oorlog kon Alfred met zijn vervalste papieren ongestoord reizen. Totdat in februari 1944 tijdens een treinreis werd ontdekt dat zijn persoonsbewijs was vervalst. Hij werd gearresteerd en naar de strafgevangenis in Scheveningen , het Oranjehotel, gebracht. Vier dagen na zijn arrestatie werd zijn tweede kind, dochter Janny Carolina geboren. Hij heeft haar nooit anders dan op foto’s gezien.

In het Oranjehotel werd ontdekt dat Alfred Joods was. Zes weken na zijn arrestatie is hij naar Westerbork overgebracht, waar hij verbleef tot september 1944. Vanuit Westerbork is hij op het laatste transport naar Auschwitz geplaatst. Vervolgens is hij naar het werkkamp Gusen gebracht, een satelliet kamp van Mauthausen, waar hij op 25 januari 1945 is aangekomen. Hij werd tewerkgesteld als automonteur. Volgens ooggetuigen is hij daar, ernstig verzwakt en met hongeroedeem, in april 1945 opgenomen in de ziekenbarak. Eén van de medegevangenen zou hem met een injectie uit zijn lijden hebben verlost.

Alfreds vrouw Tine en hun twee kinderen George en Janny overleefden de oorlog.